1. Inrichting van specifieke zones.
* Vrijruimten.
Het dier ervaart een psychologische behoefte om te ravotten. Het is beter om daarvoor aparte ruimten te voorzien dan om het dier los te laten lopen op straat, op wandelwegen of op speelpleinen die voor kinderen zijn bedoeld.
Het gaat om weiden die door een haag of hek werden afgebakend, en waar honden vrij kunnen lopen, onder toezicht van hun baasje.
Door de aanwezigheid van dergelijke speelruimten kan men ook makkelijker eisen dat de hond daarbuiten aan de leiband wordt gehouden.
* Sanitaire ruimten.
Op strategische plaatsen (aan de ingang van parken en speelweiden, langs wandelpaden,…) worden oppervlakten van enkele vierkante meter bedekt met bitterkalk.
Deze ruimten kunnen makkelijk in de omgeving worden ingepast (afbakening via een afrastering met begroeiing of via houten balken,…).
Ze worden dagelijks onderhouden door de stad (makkelijk en snel schoon te maken met behulp van een schop en een waaier) en wekelijks ontsmet.
2. Efficiƫnte follow up op het vlak van:
* Onderhoud : enkel een dagelijks onderhoud kan een gevolg van netheid in de hand werken en het gebruik van de voorzieningen stimuleren.
* Materiaal : verwaarloosd materiaal ziet er al snel onaantrekkelijk uit.
* Gebruik : zodra de nodige infrastructuur voorhanden is, moeten zij die er geen vrijwillig gebruik van maken gesanctioneerd worden.
3. Informeren van de bevolking.
Veeleer dan informeren, moet men de bevolking sensibiliseren : opvoeden, tonen, doen inzien, adviseren, aanmoedigen, … via de communicatiemiddelen die in de stad voorhanden zijn of via andere kanalen die nog moeten worden uitgebouwd.
Start discussion »
Plaats een reactie